13.4.12

Damien Hirst neemt een loopje met de kunst-industrie - kunst voor de patjepeeër of nieuw-dadaisme?

a thousand years (1990)
Groot aangekondigd: de overzichtstentoonstelling van kunstbarbaar Damien Hirst in het Tate Modern


Zelf noemt Damien Hirst het een tussententoonstelling van zijn werk dusver, want hij zit in de prime van zijn kunstenaarsbestaan.  

Ik was in Londen tijdens Pasen, de expo was net dat weekend open gegaan. Ondanks dat je verwacht in lange rijen te verzeilen of het risico loopt dat de tentoonstelling voor die dag uitverkocht is - ja, dat kan blijkbaar als je Damien Hirst heet - heb ik alles in een rustig Tate kunnen bewonderen. Kwestie van de mogelijkheid aangrijpen om 's avonds naar het Tate te gaan, open tot 22:00 uur wat blijkbaar veel mensen niet weten.  

Iedereen kent deze omstreden kunstenaar dankzij zijn absurde kunstwerk 'For the love of God' uit 2007: een schedel versierd met diamanten ter waarde van ruim 15 miljoen pond. Ik had dit werk jaren geleden kunnen bewonderen in het Rijksmuseum, was het niet dat de hype rondom dit object mij totaal niet aansprak. Een schedel met diamanten: so what.  

Maar toch heb ik dit bizar luxe object nu ook bewonderd, in het Tate. In een grote zwarte doos omringt met bewaking en camera's dromden wij ons om het glazen kistje waar de schedel schitterde van eenzaamheid. De mensen gingen pas weg als de bewaking besloot dat het welletjes geweest was. De schedel zakte weg en verween uit het zicht.  

Onbekend met het werk van Hisrt - bewust of onbewust heb ik deze kunstenaar genegeerd - kon ik nu kennis maken met dit marketingwonder van de kunstwereld. 
Veel van zijn werk heeft Tate weten te lenen van Hirst zijn anonieme clientèle, maar ik begreep dat niet alles wat hij heeft gemaakt tijdens deze tussententoonstelling te zien was, helaas. 
Terugkerende thema's in zijn werk zijn de Levensloop en het Hedonisme, vertaald naar een balans tussen leven en dood. 
Als student bezocht hij voor zijn tekenvaardigheden het mortuarium of een laboratorium waar lichaamsdelen en hoofden voor de wetenschap werden gescalpeerd en onderzocht. In de eerste zaal is bij wijze van zelfportret een jeugdfoto van Hirst waar hij poseert met een afgehakt hoofd van een man. Je ziet dat de jonge Hirst het heel spannend vond en ook eng. Maar het is duidelijk dat zijn fascinatie voor dode objecten er vroeg in zit. 

Een van de trekpleisters van het museum is de haai in een sterk water bassin, waar niet zozeer het object zelf als wel de titel, het concept, indruk maakt. De haai gaat door het leven met een prachtig geformuleerd etiket op zijn naamkaartje: 'The Physical Impossibility of Death in the Mind of Someone Living' (1991). Een paradoxale zin, het aanschouwen van een natuurkundig onmogelijke representatie van Dood in het hoofd van iemand die leeft. Je ziet als levende een dood object maar geplaats in een natuurlijke pose, zwevend in het water. Je weet dat het dood is, maar Hirst doet het voorkomen of het nog leeft.  

black sun (2004)
Een geniaal uitgevoerd concept vond ik de installatie 'A thousand years' (1990), waar de levensloop wordt verteld met behulp van bromvliegen. De gelukkige planten zich voort en voeden zich met het karkas, de minder gelukkige vliegen vinden de dood via de elektrocutie-lamp. Wat de vlieg niet weet is dat hij als dood lijkje vervolgens terecht komt in een nieuw kunstwerk (gatver), genaamd Black Sun (2004), een circel met een diameter van drie meter beplakt met een dikke laag bromvliegen. Een zweem van verbrand eiwit geurt het kunstwerk. 
Ook voor het werk met levende vlinders verbeeldt hij de pracht en de pech van het leven. Het ontpopt tot vlinder,  fladdert rond tot het of dood op de grond valt of geplakt raakt vliegend tegen een nat canvas en zijn vleugels vermengen met de verf (Let us Pray, 2007). Resultaat: of de vlinder wordt onderdeel van een nieuw kunstwerk - ze bepalen zelf de plek op het doek - of de vlinders worden verwerkt in een soort glas-in-lood doeken, genaamd Doorways to the Kingdom of Heaven (2007) waar de exotische vlindervleugels in al hun kleur en variatie zorgvuldig in een symmetrisch patroon zijn gecomponeerd. 
doorways to the kingdom of heaven (2007)


En dat is eigenlijk waar m.i. Hirst vooral mee scoort: zijn concepten en zijn titels. De uitvoering zie ik niet als kunst, maar als decorstukken van een schouwspel dat wordt opgevoerd. Je hoort mensen denken: 'zo dat gaat diep' en men interpreteert erop los wat Hirst ermee zou kunnen bedoelen. En dat is precies wat Hirst volgens mij zo een plezier geeft in het maken van zijn 'kunst': De Mind Fucking van de kunst-intellecten.
150 mensen heeft Hirst in dienst om zijn werken te maken. Is dit dan nog wel kunst? Hoe meet je de authentieke waarde van zijn werk als het niet door hem zelf is vervaardigd? 

Kunstenaars als Hirst zijn kunst-entrepreneurs waar de naam van de kunstenaar als merk fungeert, als statussymbool, vergelijkbaar met een groot modehuis. Eigenlijk heeft Hirst een soort kunst-huis  gecreëerd. Zet hij zijn naam eronder, komt het uit zijn fabriek, dan is het goed...en vooral heel duur. Het is, net als vrouwen en hun designer tassen bijvoorbeeld, pochen onderling dat je een echte Damien Hirst hebt gekocht...dat je die 'gewoon' in de museumshop van het Tate of online via de website van Hirst hebt kunnen kopen daargelaten. Het is zoals ik het noem patjepeeërkunst, kunst om mee te pochen, zoals Jort Kelder 'zijn Hirst' toont in een uitzending van DWDD. Maar ook is het een vorm van dadaisme, een verwerping van de status quo van kunst door anti-kunst te cultiveren.

Ik kan mijn vinger er niet helemaal op leggen of ik het geniaal of troep vind. Of geniale troep. Het balanceert tussen kunst en commercie, schoonheid en sadisme, eenvoud en complexiteit. 

Het is denk ik typische kunstbeoefening zoals de 21e eeuw deze kent. Ik moest bijvoorbeeld denken aan Marcel Wanders of Studio Job en vergelijkbare kunstenaars die de glitter en glamour van de luxe industrie aan zich hebben weten te binden en elk object kunnen verkopen als 'must-have'. Denk aan de One Minute Sculptures van Marcel Wanders. Binnen 1 minuut kleit wanders een willekeurige vorm, verguld deze in goud en zet het te koop voor 500 euro met het verhaal dat je er zeker van kan zijn dat a) hij het heeft gemaakt en b) het een 'one of a kind is', niemand zal dezelfde vorm hebben. 

Marketing, dat is de kunst.